Wat heb ik geleerd?
En wat vond ik er van?
Het was leuk om te doen.
Al vroeg het natuurlijk een ander soort discipline dan ik gewend ben.
Door zelf met de dingen bezig te zijn, meer dan alleen er over te lezen, spreken en ze gedemonstreerd te krijgen, krijg je een ander gevoel voor de gebruiksmogelijkheden.
Ik heb ook gemerkt dat is kritischer en sceptischer ben over een de mate waarin een heleboel van de dingen mogelijkheden die we verkend hebben ook echt ingang zullen vinden.
Maar voor de ontwikkelingsgang van de bibliotheek is het absoluut noodzakelijk dat we deze ontwikkelingen volgen en meemaken en ons eigen maken.
Door de confrontatie met mensen die bibliotheken in 3e wereldlanden opzetten merk ik dat je gedwongen wordt om na te denken wat er echt van de bibliotheek in de toekomst zal overblijven en wat verdwijnt.
Informatiefunctie, inlichtingenwerk, bestaat dat straks nog?
En heeft de bibliotheek nog een functie in hoe het dan wel verder gaat?
Dat soort vragen worden in een actuele context geplaatst als je 23 dingen doet
Verder ben ik onder de indruk hoeveel de bibliotheek, net als veel andere sectoren, maar toch, in de afgelopen jaren al heeft ontwikkeld en ingepast.
En het is goed om het belangrijkste criterium, is er een groep waarvoor dit product praktisch nut heeft, aan den lijve te ervaren.
Ik vond t leuk en t was goed dat er een deadline aan zat.
Anders was in ieder geval ik nog lang niet klaar geweest.
zaterdag 27 november 2010
Ding 22. de bibliotheek 2.0
Wat een lekker ding!
Ik weet dus niet waar het naar toe moet met de bibliotheek.
En vind met name de zoektocht erg de moeite waard.
Vooral om die met anderen, met andere inzichten te mogen doen.
Ik zie wel een aantal lijnen.
En die komen ook voor een deel samen in het manifest.
Omdat het daar gaat om een basishouding en een willen ontwikkelen dat past bij de zoektocht waar ik het over had.
Allereerst zullen de 2.0 ontwikkelingen het werk van de bibliotheek en het aan de man brengen van ons klassieke bibliotheekproduct beïnvloeden. Dit is dus de nieuwe manier van uitventen van ons leenproduct.
Slimme manieren om boeken onder de aandacht te krijgen bijvoorbeeld.
Een tweede lijn die ik zie is dat een (groot) deel van onze producten niet alleen maar klassiek maar ook 2.0 of wellicht op den duur alleen nog 2.0 geleverd zullen gaan worden. Met de spannende vraag daarbij of de bibliotheek als distributiepunt dan nog wel blijft bestaan. Bijvoorbeeld voor e-books.
Een derde lijn is dat wij niet alles meer bepalen. De maakbaarheid die in veel denken over de ontwikkeling van een 2.0 productaanbod ingebakken zit maakt me argwanend. Er gebeurt heel veel in de samenleving en in de bedrijvigheid waarbij de bibliotheek niet leidend is. Denk aan de digitalisering door Google of de communities of gebruikers die ineens een programmaatje aanbieden waardoor je nooit meer te laat hoeft te zijn met je boeken.
Dat betekent ook dat een vierde lijn is dat de bibliotheek en de medewerkers wel in staat moeten zijn om zich die technieken en vaardigheden eigen te maken en daardoor de signalen uit de samenleving op te pakken. Daarom is deze 23 dingen ook zo n goed initiatief.
En daarmee is er een vijfde aspect en dat is dat het niet alleen of misschien zelfs niet zozeer gaat om producten maar vooral om de manier waarop de wereld interacteert en hoe wij met de wereld interacteren.
Ontstaan er digitale leeskringen over e-books en zijn er dan virtuele bijeenkomsten?
Er wordt heel veel geprototyped. En niet alles is waardevol of werkbaar. Ik kijk er naar zoals in de autoindustrie er slechts 1 op de 10 nieuwste snufjes uiteindelijk waardevol zal blijken.
En dat wij de komende 30 jaar nog gewoon het boekenproduct moeten uitventen tot de laatste lezer van drukwerk is uitgestorven terwijl we daarnaast in staat moeten zijn om op de toppen van ons kunnen mee te doen in de voorhoede van de 2.0, 3.0 of 4.0 wereld.
Overigens niet al te ver vooruit omdat een kenmerk van succesvolle ondernemingen is dat ze lerend en innovatief zijn maar nooit het risico nemen te veel te pionieren.
Ik beschouw de artikelen en het manifest als pogingen om te zoeken en om te duiden.
Meer dan dat het absolute waarheden zijn.
Ton
Ik weet dus niet waar het naar toe moet met de bibliotheek.
En vind met name de zoektocht erg de moeite waard.
Vooral om die met anderen, met andere inzichten te mogen doen.
Ik zie wel een aantal lijnen.
En die komen ook voor een deel samen in het manifest.
Omdat het daar gaat om een basishouding en een willen ontwikkelen dat past bij de zoektocht waar ik het over had.
Allereerst zullen de 2.0 ontwikkelingen het werk van de bibliotheek en het aan de man brengen van ons klassieke bibliotheekproduct beïnvloeden. Dit is dus de nieuwe manier van uitventen van ons leenproduct.
Slimme manieren om boeken onder de aandacht te krijgen bijvoorbeeld.
Een tweede lijn die ik zie is dat een (groot) deel van onze producten niet alleen maar klassiek maar ook 2.0 of wellicht op den duur alleen nog 2.0 geleverd zullen gaan worden. Met de spannende vraag daarbij of de bibliotheek als distributiepunt dan nog wel blijft bestaan. Bijvoorbeeld voor e-books.
Een derde lijn is dat wij niet alles meer bepalen. De maakbaarheid die in veel denken over de ontwikkeling van een 2.0 productaanbod ingebakken zit maakt me argwanend. Er gebeurt heel veel in de samenleving en in de bedrijvigheid waarbij de bibliotheek niet leidend is. Denk aan de digitalisering door Google of de communities of gebruikers die ineens een programmaatje aanbieden waardoor je nooit meer te laat hoeft te zijn met je boeken.
Dat betekent ook dat een vierde lijn is dat de bibliotheek en de medewerkers wel in staat moeten zijn om zich die technieken en vaardigheden eigen te maken en daardoor de signalen uit de samenleving op te pakken. Daarom is deze 23 dingen ook zo n goed initiatief.
En daarmee is er een vijfde aspect en dat is dat het niet alleen of misschien zelfs niet zozeer gaat om producten maar vooral om de manier waarop de wereld interacteert en hoe wij met de wereld interacteren.
Ontstaan er digitale leeskringen over e-books en zijn er dan virtuele bijeenkomsten?
Er wordt heel veel geprototyped. En niet alles is waardevol of werkbaar. Ik kijk er naar zoals in de autoindustrie er slechts 1 op de 10 nieuwste snufjes uiteindelijk waardevol zal blijken.
En dat wij de komende 30 jaar nog gewoon het boekenproduct moeten uitventen tot de laatste lezer van drukwerk is uitgestorven terwijl we daarnaast in staat moeten zijn om op de toppen van ons kunnen mee te doen in de voorhoede van de 2.0, 3.0 of 4.0 wereld.
Overigens niet al te ver vooruit omdat een kenmerk van succesvolle ondernemingen is dat ze lerend en innovatief zijn maar nooit het risico nemen te veel te pionieren.
Ik beschouw de artikelen en het manifest als pogingen om te zoeken en om te duiden.
Meer dan dat het absolute waarheden zijn.
Ton
maandag 22 november 2010
Ding 9
Wat zie ik aan mogelijkheden?
Ik zie vooral kansen voor actieve ne betrokken mensen met een teveel aan tijd.
Die zijn er niet echt veel meer in onze samenleving.
Volgens mij is het zo dat er maar weinig mensen de tijd hebben om meerdere zaken (volgen van alle interessante RSS feeds, Facebook, fotos van anderen, enz) bij te houden.
Dat doe je volgens mij dus vooral wanneer je daar een doel bij hebt, bijv wanneer je een hobby hebt waarvoor je info verzameld en een gebied wil afgrazen op het web
Of in bredere zin wanneer het waarde/ betekenis voor je heeft.
Dat kan dus die hobby zijn, of emotionele waarde, zoals het delen van fotos met je nicht in NieuwZeeland, of voor je werk, of omdat je als bijvoorbeeld politicus naamsbekendheid.
Als het op de een of andere maniet voor je leeft ben je bereid om in netwerken en social media te investeren.
En dan komen alle technieken en mogelijkheden langs. Geluid (ik zie mensen in koren opnamen en partijen delen en samenvoegen en er ontstaan hele virtuele koren), video (dat ontbreekt nog in het rijtje terwijl de mogelijkheden enorm zijn) en natuurlijk informatie in woord en links.
Het idee van cocreatie, van gezamenlijk scheppen, is iets waaraan we nog moeten wennen.
We hebben eigenlijk geen idee over hoe gezamenlijke lezers de boekbesprekingen en aanprijzingen kunnnen overnemen, hoe informatie niet meer via de deskundige maar in "the cloud"gevonden wordt, hoe we gebruikers interactief bij onze plannen kunnen betrekken (of hoe zij ons bij hun plannen betrekken) enzovoort
Ik zou van het traject dat leidt tot bouw en inrichting van de nieuwe CB graag een pilot maken om daarvan de grenzen op te zoeken.
Tien jaar geleden sprak een trendwatcher op een van de "Internetborrels" over hoe internet gekoppeld aan huishoudelijke apparaten ons leven zou gaan veranderen. Nu komen onze televisies en wasmachines online.
Ik heb die trendwatchers en forecasters wel nodig want mijn fantasie schiet echt tekort om te bedenken hoe dit allemaal ons werk- en priveleven zal veranderen.
Ton
Ik zie vooral kansen voor actieve ne betrokken mensen met een teveel aan tijd.
Die zijn er niet echt veel meer in onze samenleving.
Volgens mij is het zo dat er maar weinig mensen de tijd hebben om meerdere zaken (volgen van alle interessante RSS feeds, Facebook, fotos van anderen, enz) bij te houden.
Dat doe je volgens mij dus vooral wanneer je daar een doel bij hebt, bijv wanneer je een hobby hebt waarvoor je info verzameld en een gebied wil afgrazen op het web
Of in bredere zin wanneer het waarde/ betekenis voor je heeft.
Dat kan dus die hobby zijn, of emotionele waarde, zoals het delen van fotos met je nicht in NieuwZeeland, of voor je werk, of omdat je als bijvoorbeeld politicus naamsbekendheid.
Als het op de een of andere maniet voor je leeft ben je bereid om in netwerken en social media te investeren.
En dan komen alle technieken en mogelijkheden langs. Geluid (ik zie mensen in koren opnamen en partijen delen en samenvoegen en er ontstaan hele virtuele koren), video (dat ontbreekt nog in het rijtje terwijl de mogelijkheden enorm zijn) en natuurlijk informatie in woord en links.
Het idee van cocreatie, van gezamenlijk scheppen, is iets waaraan we nog moeten wennen.
We hebben eigenlijk geen idee over hoe gezamenlijke lezers de boekbesprekingen en aanprijzingen kunnnen overnemen, hoe informatie niet meer via de deskundige maar in "the cloud"gevonden wordt, hoe we gebruikers interactief bij onze plannen kunnen betrekken (of hoe zij ons bij hun plannen betrekken) enzovoort
Ik zou van het traject dat leidt tot bouw en inrichting van de nieuwe CB graag een pilot maken om daarvan de grenzen op te zoeken.
Tien jaar geleden sprak een trendwatcher op een van de "Internetborrels" over hoe internet gekoppeld aan huishoudelijke apparaten ons leven zou gaan veranderen. Nu komen onze televisies en wasmachines online.
Ik heb die trendwatchers en forecasters wel nodig want mijn fantasie schiet echt tekort om te bedenken hoe dit allemaal ons werk- en priveleven zal veranderen.
Ton
Abonneren op:
Reacties (Atom)